“Wil je koffie?”, vraagt Dennis. “Zal wel weer slappe hap wezen”, grapt Ben. “Als het niet lekker is, pleur ik het weg.” Even later: “Waar blijft de koek?” Ik ben nog geen minuut binnen of de toon is al gezet. Ben en Dennis wonen aan het Hornplein in Schermerhorn. Ze zijn totaal verschillend, maar ondanks dat spreken ze dezelfde ‘taal’: recht voor z’n raap, met veel zwarte humor. Ze vullen elkaars dagen met vissen, de dorpskrant rondbrengen, uitstapjes en af en toe een schop onder de kont.
Dennis: “Mijn begeleider had een balletje opgegooid. Het begon met vissen. Dat wilde ik wel graag samen met iemand doen. Sindsdien zijn we samen aan het vissen. Elke dag.” Ben reageert direct: “Niet liegen! Op donderdag vissen we in ieder geval niet. En straks drie dagen in de week niet.” Vanwege de ziekenhuisbezoeken van Ben is het straks niet meer mogelijk om elke dag samen te vissen. “Ik ben inderdaad behoorlijk ziek”, vertelt Ben. “Maar daar wil ik het niet over hebben. Dan word ik een kasplantje. Frisse lucht doet wonderen. Daarom ga ik graag op pad.”

Flinke schop
Ben kent veel mensen in het dorp. Deze woonlocatie was voor hem de beste optie, ook omdat er ‘s nachts begeleiding is. Ben: “Ik heb vanaf de eerste dag gezegd dat ik niet de hele dag binnen ga zitten. Dan heb ik ten minste aanspraak.” Dennis woont sinds anderhalf jaar in Schermerhorn. “Ik heb altijd in Hoorn gewoond. Daar wil ik nog steeds heen. Ik sta al een tijdje op de wachtlijst voor een plek daar. In Hoorn kennen ze mij nog wel. Hier ken ik niemand. En het is veel te rustig. Soms net een gevangenis. Het enige dat leuk is hier, is dat Ben hier woont. Ik heb complexe PTSS (posttraumatische stressstoornis), maar Ben weet precies wat ik nodig heb. Een flinke schop onder m’n reet af en toe.”
Gewoon goed
De vriendschap tussen Ben en Dennis werkt als een medicijn. Door het op pad gaan, denkt Ben niet aan zijn ziekte. Andersom zorgt Bens aanwezigheid voor een stuk woonplezier van Dennis. Naast het vissen doen ze nog meer dingen samen. Dennis: “De Uitkomst (dorpskrant van Schermerhorn, red.) brengen we vaak samen rond. In Bens auto. We doen ook andere leuke dingen. Naar de kofferbakmarkt enzo. Wat ik leuk vind aan de vriendschap? De aanspraak. Leuke dingen met elkaar kunnen doen. Serieus zijn, maar ook geintjes kunnen maken. En als het fout is, hoor ik het wel. Het is gewoon goede vriendschap.”
Dennis: “Ben weet precies wat ik nodig heb. Een flinke schop onder m’n reet af en toe.”
Minder roken
De mannen hebben elkaar ook geholpen met minderen met roken. Dennis: “Ik zat eerst op dertig peuken per dag. Nu op twintig. Gewoon, erover praten en oplossingen zoeken. Zoethout gebruiken. Eropuit gaan helpt ook. Dat geeft afleiding.” Ook Ben is gaan minderen. “Een hartaanval hè. Dus ik moest wel minderen. Ik rook nu hooguit vier pakjes in de week.” Ben heeft ook nog een andere tip: “Een glas water drinken als je trekt hebt in een sigaret. Dan is de trek weer even weg.” Even later vraagt Dennis nieuwsgierig aan Ben: “Hoe smaakt de koffie?” Ben: “Slappe bak. Volgende keer bij mij thuis. Dan pak ik je terug.” De koffie mag dan slap zijn, hun vriendschap is dat zeker niet.













