Op een rustige vrijdagochtend ontmoet ik Henny van Luit, een man die al 25 jaar leeft met de gevolgen van een herseninfarct. Henny heeft afasie, waardoor hij beperkt is in zijn communicatieve vaardigheden. Maar met bevestigingen, ontkenningen en een rijk palet aan gezichtsuitdrukkingen en gebaren communiceert hij volop. Hoewel hij zijn leven opnieuw heeft moeten inrichten, zijn zijn passies altijd gebleven.
Hoe lang heb je al afasie?”, vraag ik, waarmee het gesprek begint. Henny denkt na, pakt een pen en schrijft een cijfer op. Zijn blik en handgebaar verraden twijfel. “Ja…”, zegt hij langzaam, alsof hij ook zelf niet helemaal zeker is. Om hem te helpen, haalt logopedist Natascha Darlang een communicatiemap tevoorschijn en vraagt of hij een jaartal kan aanwijzen. Hij wijst aarzelend op de jaren ’78 en ’79, maar knikt vervolgens onzeker. “Misschien is het handig als we even in de brief spieken?”, stelt Natascha voor. Henny glimlacht en knikt gerustgesteld, alsof dat inderdaad het verstandigste idee is.
Het verleden van Henny
Zijn vrouw heeft een brief meegegeven waarin wat achtergrondinformatie over Henny staat, inclusief het jaartal van zijn herseninfarct. Natascha vertelt met de brief in haar handen: “Het is inmiddels 25 jaar geleden. Je hebt in 1998 je herseninfarct gehad.” Henny knikt, steekt zijn duim op en glimlacht – het is duidelijk dat dit juist is.
In dat jaar had hij samen met zijn vrouw vier jonge kinderen. Ze woonden op een prachtige plek met een tuin van 1650 m2. Zijn huidige moestuin van 650 m2 lijkt klein in vergelijking, maar Henny is er blij mee. Op mijn vraag of de vorige tuin te groot werd om te onderhouden, lacht Henny en schudt zijn hoofd. Het is duidelijk: hij kon die tuin prima zelf bijhouden. Natascha: “Je zegt niets Henny, maar je gezicht vertelt genoeg. Zo kun je prima communiceren.”

Fitter dan ooit
Of zijn leven anders is dan vroeger? Hij knikt rustig met een glimlach en haalt zijn schouders op. Zijn mimiek zegt: ‘Wat doe je eraan?’ Hij heeft ermee leren leven. Zijn liefde voor sport en beweging is nooit weggeweest. Op de vraag hoe hij vandaag van Heerhugowaard naar Alkmaar is gekomen, gebaart hij met zijn linkerarm alsof hij een stuur vasthoudt. Hij wijst naar buiten en zegt: “Fiets”, terwijl hij knikt. Met zijn handen laat hij zien dat hij op een driewieler fietst. Natascha: “Henny is de eerste in het voorjaar die weer kleur op zijn wangen heeft, omdat hij zoveel buiten is.”
Vroeger tenniste hij, en dat doet hij nog steeds. Het is lastig uit te leggen hoe dat nu gaat, maar hij bedenkt opeens dat hij het kan laten zien. Henny wijst naar mij en vervolgens naar de gang. Met een twinkeling in zijn ogen wenkt hij me om mee te lopen. Hij leidt me naar de lunchruimte en wijst naar een foto aan de muur. Het is een actiefoto van hem als rolstoeltennisser. Hij kijkt me aan, steekt zijn duim op en loopt naar de overkant van de ruimte. Daar hangt een schilderij van hem. Als ik vraag of hij het heeft gemaakt, bevestigt hij dat.
Terug aan tafel gaat het gesprek verder over zijn passie voor tennis, die zo groot is dat hij het hele land doorreist voor wedstrijden. Wanneer hij in Maastricht speelt, blijven hij en zijn vrouw er zelfs overnachten. Natascha reageert verrast: “Ik wist niet dat het zo landelijk was. Maar je moet dus echt door heel Nederland?” Henny knikt kalm en kijkt vriendelijk.
‘Je hoeft hier niet uit te leggen dat je afasie hebt”
Net even anders
Op de vraag of hij vroeger ook schilderde, knikt hij instemmend en maakt een gebaar. Met lange stroken schildert hij van boven naar beneden en van links naar rechts. Ik begrijp dat hij vroeger ook schilderde, maar op een andere manier. Terwijl ik nadenk over verschillende schilderstijlen, vraagt Natascha aan hem: “Deed je vroeger ook aan kunstschilderen?” Hij reageert: “Nee”, en herhaalt geduldig dezelfde lange stroken. In zijn hoofd heeft hij het antwoord al klaar, maar nu is het aan de ontvanger om het juist te interpreteren. Natascha vult aan: “Je was huisschilder, toch?” Hij knikt en zegt: “Ja, ja”. Natascha concludeert: “Dus je werkte wel met verf, maar niet op kunstzinnig niveau!”
Een nieuw sociaal leven
In Afasiecentrum Alkmaar kent iedereen Henny. Hij stapt makkelijk op mensen af en heeft er in de loop der jaren vriendschappen opgebouwd. “Je hoeft hier niet uit te leggen dat je afasie hebt”, merkt Natascha op. “Net als in de moestuin, waar je even niet bezig hoeft te zijn met je communicatieve beperking.” Henny bevestigt dit met een overtuigende knik.
Maar ook buiten het centrum weet hij zijn weg te vinden. Henny bezoekt dit jaar de Kunst10Daagse in Bergen, waar hij geniet van contacten met nieuwe mensen. Op de vraag hoe anderen reageren op zijn beperkte communicatieve vaardigheden, haalt hij glimlachend zijn schouders op. Zijn houding spreekt boekdelen: dit is wie hij is en mensen accepteren dat. Zoals Natascha het verwoordt: “En blijkbaar als jij zo’n houding hebt, reageren andere mensen ook zo. Oké, deze man houdt van kunst, hij praat minder goed, maar we snappen elkaar wel.”













