Met een stralend en vrolijk gezicht ontvangt Aaf haar broer Luutzen en schoonzus Wil in haar mooie appartement aan de Kalmoesstraat in Heerhugowaard. Ook haar cliëntbegeleider Kim en haar vorige cliëntbegeleider Saskia sluiten aan. Aaf vindt het wel mooi, al dat bezoek. Ze geeft knuffels én zorgt dat iedereen iets te drinken heeft voordat we allemaal plaats nemen. Aaf maakt grapjes en haar vrolijkheid werkt aanstekelijk. Het lijkt alsof ze hier al jaren woont, maar dat is niet zo. Ze woont hier nu net drie maanden, nadat ze maar liefst 30 jaar in Hoorn op het Aagje Dekenplein woonde. Eigenlijk wilde ze daar helemaal niet weg. Toch is ze verhuisd, op één dag, zonder dat het haar vooraf werd verteld. Heel spannend voor iedereen die betrokken was. Maar het is heel goed gegaan.

Een lastig besluit
Wilma is geweest”, zegt Aaf, “Marjo ook.” Aaf noemt op wie er allemaal op visite zijn geweest sinds ze hier woont. Mensen die zij allemaal nog kent uit Hoorn. “Ik zit nou hier”, vertelt ze. “Ik ben 59”. Wil vult aan dat ze uit 1959 komt, dus ze is al wel wat ouder. “Ik mis Ad, ik zit nou hier”, zegt ze. Ad is een bewoner van het Aagje Dekenplein. Saskia legt uit: “Aaf is verhuisd omdat wij bij het Aagje Dekenplein niet meer de ondersteuning konden bieden die zij nu nodig heeft. Wij verwachten van de cliënten daar meer zelfstandigheid. Wij komen daar alleen op aanvraag en afspraak langs bij de cliënten, daardoor zagen we heel veel niet. Aaf die ’s nachts ronddwaalde, dat het niet goed ging met haar hygiëne, zichzelf wassen, ze kwam heel vaak bij het steunpunt, ze vroeg meer nabijheid dan wij konden bieden. Dan stond ze vaak voor een dichte deur. Dat is heel frustrerend. Ze had bij steeds meer dingen hulp nodig, kreeg meer lichamelijke klachten, was vaker ziek.”
Luutzen vult aan: “We kregen wel in de gaten dat ze wat eenzamer werd, dat de ondersteuning bij Aagje Deken wel teveel op afstand stond.” Saskia: “Als Aaf niet op de dagbesteding zit, wil ze graag lopen, bij ons deed ze dat op de galerij, door weer en wind. Daar werd ze dan weer ziek van, weer een longontsteking.” Kim: “Ja en hier kan ze lekker rondlopen door de gangen, komt ze mensen tegen, maakt ze een praatje. En kan ze altijd bij iemand terecht.” Aaf: “Ik ben weg, weg van het Aagje Dekenplein.” Saskia: “We vonden het lastig dat we niet de goede ondersteuning konden bieden. Maar wat is dan het juiste moment om te verhuizen? Dat is moeilijk. We hebben het er vaak met de familie over gehad. Want het is een lastig besluit.”
Luutzen: “Aafje komt uit een gezin van elf, met veel broers en zussen. Daar is ze niet minder van geworden. Ze deed altijd gewoon mee, kreeg gewoon een schop onder de kont.” Saskia: “Ja, dat merk je. Allerlei huishoudeljke klusjes deed ze prima. Aaf was al die jaren heel zelfstandig. Deed zelf de was, hield haar huisje schoon. Het ging heel lang heel goed. Maar de leeftijd ging de laatste tijd echt een rol spelen.” Wil: “Ja, vergeetachtigheid, wat dementieklachten.” Kim: “Ja, bij mensen met downsyndroom moet je toch zo’n twintig, vijfentwintig jaar optellen bij de leeftijd, dan is ze best oud. Ze had dagbesteding bij De Rode Luifel en is nu naar De Draai. Nu kan ze daar gewoon te voet naar toe. Dat gaat heel goed.”

De verhuizing
Saskia: “Aaf raakt snel van slag, dus we wisten dat als we zouden vertellen dat ze ging verhuizen, dan zou ze daar helemaal van ontdaan zijn. Dat zou heel zwaar vallen. We hadden rondgevraagd binnen de organisatie hoe de ervaringen waren met het verhuizen van cliënten, wat werkt, wat niet. En het was eerder al eens op deze manier gebeurd.” Kim: “Wij hebben eerder cliënten hier gehad die we op de dag zelf hebben overrompeld. Dat werkt goed. Als je dat een of twee weken van tevoren vertelt, dan is de spanning te groot. Dan willen ze niet. Dan kan het zijn dat iemand constant zegt ‘ik wil niet’.”
Saskia: “Na uitgebreid overleg, ook met familie, hebben we het anders aangepakt. Op de dag van de verhuizing is ze naar dagbesteding gegaan, zijn alle spullen in razend tempo ingepakt en door verhuizers naar haar nieuwe huis gebracht. Hier waren haar broers aanwezig om alles weer uit te pakken en neer te zetten. Een collega heeft Aaf opgehaald bij De Rode Luifel en met de taxi hier naartoe gebracht.” Wil: “Onder het mom: je gaat een kopje koffie drinken bij Kim.”
Kim: “Ja, ik was eerder een aantal keer bij het Aagje Dekenplein op visite geweest en heb toen al kennisgemaakt met Aaf. Een keer blijven eten. Toen hebben ze ook een foto van mij opgehangen, zo kon Aaf onthouden wie ik ben en mij herkennen. Op de dag van de verhuizing heb ik haar opgevangen. Hebben we eerst een kopje koffie gedronken en na een half uur, drie kwartier, hebben we verteld dat ze mocht blijven wonen. Toen kwamen de emoties wel. We hebben haar spullen laten zien, de foto’s, de meubeltjes. Maar ze bleef erg emotioneel. Pas toen de begeleiding van het Aagje Dekenplein wegging, toen sloeg ze om. Doordat ze te horen kreeg, jij blijft hier, zij gaat weg. De schoenen gingen uit en ze ging op de bank zitten. Dat was heel bijzonder. Het heeft wel een aantal dagen geduurd waarin ze wat snel geëmotioneerd was en regelmatig zei dat ze weg wilde.” Saskia: “Wij zijn de eerste dagen regelmatig langsgeweest, om een vertrouwd gezicht te laten zien. Toen moesten we wel steeds uitleggen dat de spullen hier ook haar spullen waren. Zo is er een week lang iedere dag iemand vanuit het Aagje Dekenplein op visite geweest om gedag te zeggen.”

Het was een beetje een gok
Kim: “Je merkt nu dat ze veel meer ondersteuning nodig heeft dan dat ze kreeg. Heel fijn dat we die ondersteuning nu wel kunnen geven. Sinds ze hier is, roept ze netjes dat ze geholpen wil worden, terwijl ze voorheen al heel vroeg begon rond te lopen. Soms staat ze nog steeds heel vroeg op, maar echt al veel minder. We bieden haar een vaste volgorde aan waarin we de dingen doen. Eerst dit doen, dan dat. Met een duidelijk dagprogramma. Daar blijft ze rustiger van. Het is bij mensen met beginnende dementie lastig om in te schatten wat er na een verhuizing gebeurt. Saskia: “Maar langer wachten was ook niet verstandig. Want verhuizen wordt dan alleen maar moeilijker.”
Luutzen: “Wij begrepen als familie wel dat het echt beter was, we zijn hier gaan kijken en hebben de knoop doorgehakt. Binnen een maand was het daarna geregeld. Het klikte hier ook goed. Het was een beetje een gok, maar we zijn enorm blij. Echt heel blij dat het zo gegaan is.” Wil: “Ja, eigenlijk wilde je liever dat zij zelf de spulletjes uit zou zoeken die ze mee kon nemen, maar dat ging niet, niet alles kon ook mee.” Saskia: “We hebben wel met Aaf gesprekken gehad over haar spullen, welke dingen ze het mooist vindt, een beetje de keuzes proberen te laten maken. Er kon heel veel niet mee want het is hier kleiner. Maar de belangrijkste spullen zijn meegegaan.”
Loslaten
Kim: “En het gaat echt goed. Je ziet echt dat ze zich hier nu goed thuis voelt. Het is hier heel veilig voor haar. Ze kan over de gang wandelen, er zijn twee huiskamers, daar kan ze zelf naartoe als ze dat wil. Ze kent mij inmiddels wel, ik ben een vertrouwd persoon. Dat vertrouwen moet bij de collega’s nog wel een beetje groeien, maar dat komt goed. We zijn heel blij met Aaf.” Saskia: “Het is heel moeilijk om een cliënt die je lang kent los te laten. Maar als je goed kijkt naar de cliënt, wat heeft zij nodig? Dan kom je tot deze stap. Natuurlijk zet je als team eerst steeds een stapje harder, dat kan heel lang, dan ga je met het team op de tenen lopen, maar dat is eigenlijk niet goed voor de cliënt en niet goed voor ons. Als je wacht tot het echt niet anders meer kan, het echt nodig is, dan is er mogelijk geen woonplek. Je moet tijdig samen kijken naar wat iemand nodig heeft, ook als dat misschien nog een paar jaar duurt. Zodat je op tijd in gesprek kunt met de familie en je de voorbereiding kunt starten. Dan gaat het dus goed.” Aaf: “Ik vind het huis wel mooi. Daar was het ook mooi. Ik ben er klaar mee!” Luutzen lacht: “Dat is Aafs stopwoordje. Dat zegt ze heel vaak. Ze vindt het tijd om het gesprek te beëindigen.”













