Na een burn-out en zoektocht, staat huismeester Arjan weer stevig in zijn schoenen
Met zakken vol babykleding in zijn handen word ik enthousiast ontvangen door Arjan Schilder (51). We zijn bij het hoofdkantoor van Wonen Plus Welzijn in Schagen, waar Arjan drie dagen per week werkt als huismeester. Hij vertelt enthousiast over zijn weg van boerenzoon naar huismeester. Naast zijn werk zat hij een tijd in de cliëntenraad van de Schakel (een cluster voor ambulante ondersteuning van Esdégé-Reigersdaal), maar dat werd lastig te combineren toen hij meer ging werken. “Ik mis het wel hoor, maar ik moest een keuze maken. Ik vroeg mij af, waar krijg ik meer energie van? En dat is mijn werk!”, aldus een #TROTSE Arjan.
Arjan: “Ik ben hier de huismeester. Van alle markten thuis. Ik houd het kopieerhok netjes en zorg ervoor dat er genoeg papier ligt. De containers zet ik klaar op de dag dat ze geleegd worden. Op maandag en dinsdag coördineer ik de babyspullen. Op drie plekken in de regio haal ik babykleding op. Wij sorteren de kleding hier met een groep kandidaten. Als het klaar is, breng ik het naar Stichting Babyspullen. Ik kwam hier in 2018 als kandidaat, vanwege een burn-out. Ik begon met maaltijden rijden naar oudere mensen. Eerst vond ik dat niks. Ik ging bij mensen langs die niet meer wilden leven. Ik kon niet met die negativiteit omgaan. Mijn begeleider zei: ‘je moet je met groene zeep insmeren, dan glijdt het zo van je af.’ Dat heeft me aan het denken gezet. Toen ben ik de gesprekken gaan ombuigen. Geen aandacht meer geven aan die negativiteit.”

28 koeien
“Mijn vader had een boerenbedrijf. In 2000 heb ik het bedrijf overgenomen. In 2010 ben ik gestopt met de koeien. Ik moest heel veel investeren en dat ging ik nooit terugverdienen. We hadden ook maar 28 koeien. Maar ik mis het nog steeds hoor. Ik kreeg bepaalde liefde van die beesten. Voordat ik stopte met de koeien werkte ik al bij een bollenboer. Ik maakte lange dagen. Ze wilden mij daar niet in loondienst hebben, dus ik zette me elke dag maximaal in. Als er werd gevraagd om harder te werken, deed ik dat ook. Ik was bang voor m’n baantje. Ik heb een paar keer gevraagd om loonsverhoging, maar dat kreeg ik ook niet. Achteraf gezien is het daar een beetje fout gegaan. Maar het is niet één dingetje. Mijn rugzak was gewoon vol. Bij mijn vader deed ik het ook nooit goed. Er zijn veel dingen gebeurd waardoor mijn zelfvertrouwen steeds minder werd.”
Band plakken
“Ik heb eerst een half jaar op de GGZ gewacht, voor een intakegesprek. Toen kreeg ik te horen dat ik niet ernstig genoeg was. Zo werd ik gekoppeld aan MEE & de Wering en daarna Esdégé-Reigersdaal. Ik was bijna een jaar verder voordat ik echt hulp had. Maar ik ben niet als een zandzak thuis gaan zitten. Ik ben zelf hulp gaan zoeken. Reiki, een psycholoog, strandwandelingen, dingen opschrijven. Zo kwam ik erachter dat het rijtje met positieve dingen, veel langer is dan het rijtje met vervelende dingen. Dus mijn negatieve gedachtes klopten eigenlijk helemaal niet. Uiteindelijk ging het allemaal om mijn zelfvertrouwen, ben ik achter gekomen. En ik heb er nooit over gepraat. Dus die rugzak werd steeds zwaarder. Ik weet nu ook dat ik niet kan omgaan met tijdsdruk. Als ze aan mij vragen, plak die fietsband binnen tien minuten, dan lukt het mij niet. Terwijl ik een band kan plakken binnen zeven minuten. Hier heb ik niet te maken met tijdsdruk.” Ondertussen zijn drie kandidaten, bezig met het sorteren van babykleding in de juiste bak. Om de kandidaten te helpen, heeft Arjan pictogrammen aan de muur gehangen en op de sorteerbakken geplakt. Hoewel de Nederlandse taal nog een uitdaging is voor de kandidaten die er vandaag zijn, is duidelijk hoe ze over Arjan denken. “Arjan is heel goed!” “Aardig, flexibel.” “Heeft goede ideeën!”
“HET RIJTJE POSITIEVE DINGEN WAS LANGER DAN HET RIJTJE NEGATIEVE DINGEN”
Geen fabriek
Arjan: “Als er nieuwe kandidaten komen, zorg ik dat ze eerst op hun gemak zijn. De meesten hebben een flinke rugzak, daar moet je gewoon voorzichtig mee wezen. Als ze iets honderd keer vragen, leg ik het honderd keer uit. Gewoon een beetje geduld hebben. Ik zeg altijd, wij zijn geen fabriek. Ik heb liever dat je er tien goed doet, dan honderd half. En dat je er gewoon bent is belangrijk. Het mooiste vind ik, als mensen als een zoutzak binnenkomen en vertrekken met een glimlach. Daar word ik gelukkig van, mensen helpen.















